Gedrag

Het is goed observeren en leren maar aan het gedrag van een konijn valt veel te zien hoe hij zich voelt.

Hieronder een enkele weetjes.

Grommen en krabben:
Het konijn vindt je bedreigend.

Stampen met de achterpoot:
Het konijn waarschuwt voor gevaar.

Zachtjes knarsetanden:
Konijn voelt zich prettig.

Zoemen of knorren:
Konijn is  opgewonden.

Rondjes draaien om je voeten:
Konijn is opgewonden

Gelukssprongen in de lucht:
Konijn is helemaal blij.

 

Met dingen gooien:
Konijn is aan het spelen of is boos.

Achter je voeten aanrennen.:
Konijn wilt met je spelen.

Neus tegen je aanduwen en/of  likken:
Het konijn vind je lief en wil aandacht.

Languit op de zij liggen:
Konijn is op zijn gemak en heeft zijn buik vol van het eten.

Rechtop staan:
Nieuwsgierig aan het ronskijken.

Tandenknarsen en weg lopen:

Konijn is ziek en/of heeft pijn.

Stil en terug getrokken in het hok:

Het konijn voelt zich niet lekker.


Gillen:

Angst, konijn heeft doodsangst.

 

Met de onderkin wrijven:

Geursporen achterlaten.

 

Spelen met etensbak:

Honger.

 

In elkaar gedoken en kop plat op de grond:

Angst.

 

Kwispelen met staartje:

Opgewonden.

 

Vachtplukken:

Nestgedrag bij voedsters.

 

Weven met hoofd:

Slechtziendheid, oorontsteking.

 

Stro pakken en voor het hok ijsberen:

Blij ik wil eten en aandacht.