Rasstandaard Rexdwerg

Rasstandaard Rexdwerg

 

 
Het uiterlijk van een ras wordt bepaald door kemerken die typisch zijn voor dat ras en daarmee zich onderscheid van andere rassen. Voor konijnen is er het standaard dat omschrijft wat de opvattingen zijn voor het ideaalbeeld voor een ras. Dit wordt omschreven in een standaardboek waar alle erkende rassen zijn beschreven. De gedachte hoe een bepaald ras eruit moet zien wordt bepaald door de fokkers, keurmeesters en de standaardcommisie van de KLN.
De standaard is een leidraad voor bovengenoemde om een zo mooi en gezond konijn te fokken.
 
De rassen zijn ingedeeld in 7 hoofdgroepen; groep 1 kleur. groep 2 tekening. groep 3 verzilvering/pareling. groep 4 kleurpatroon/uitmonstering. groep 5 wit. groep 6 hangoren. groep7 bijzondere haarstructuren.
 
Een groep wordt weer verder verdeeld in 5 types. a. gestrekt type. b matig gestrekt. c gedrongen type. d geblokt type. e specifiek of gestrekt type.
 
De rexdwerg valt onder groep 7 type c.
 
Een Kleurdwerg en Pool valt onder groep 7 en heeft type D. Hiermee onderscheiden deze rassen zich van de Rexdwerg. Een Rexdwerg is dus geen kleurdwerg met rexbeharing.
 
Een ras wordt beoordeeld op 7 posities (onderdelen) die per ras verschillen in punten telling en onderdelen. Zie schema hieronder bij de standaard van de rexdwerg.
100 punten is het maximaal te behalen punten. De punten die opgeteld zijn na aftrek van punten resulteerd in de uiteindelijk behaalde punten en daarmee predikaat.
 
U uitmuntend 98-100 punten
F Fraai 95-97,5 punten
ZG zeer goed 92-94,5 punten
G goed 89-91,5 punten
V voldoende 86-88,5 punten
M matig 83-85,5 punten
O onvoldoende 0 punten
DIS Diskwalificatie (bij fraude, niet leesbaar oormerk, veranderen van kleur of tekening, drachtigheid)
(ook te lezen op de predikaten zijn ABS voor absent en NE voor niet erkend)
 
(bron konijnenstandaard KLN)
 
 
 

Rexdwerg, kleur

Pos.

Onderdeel

Punten

1

Gewicht

10

2

Type, bouw en stelling

20

3

Pels: structuur en conditie

20

4

Pels: dichtheid en lengte

15

5

Dek- en buikkleur

15

6

Tussen- en grondkleur

15

7

Lichaamsconditie en verzorging

5

Totaal

100

1. Gewicht

Het gewicht is 1000 tot 1600 g.

Puntenschaal voor het gewicht:

Gew. (g)

1000-1100

1110-1290

1300-1500

1510-1600

Punten

8

9

10

9

2. Type, bouw en stelling

Het lichaam is gedrongen (typegroep C) met goede brede schouders en achterhand. Door de kortere pels komen de contouren sterker tot uiting. De benen zijn recht, stevig en niet lang met korte, gesloten voorvoeten. Het ras is middelhoog gesteld. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel. In verhouding tot de grootte van het dier is de kop groot. De kop is krachtig ontwikkeld met breed voorhoofd, brede snuit en goed ontwikkelde kaken en wangen. De oorlengte is 5 - 7 cm, ideaal is 6 cm. De oren worden V-vormig tot nauwsluitend gedragen, zijn goed afgerond zonder vouwen of plooien en goed behaard. Het geheel in harmonie met het lichaam. Het kleine staartje wordt nauwsluitend tegen het midden van de achterhand gedragen. Het lichaam van de voedster onderscheidt zich nauwelijks van die van de ram.

(Vaak zijn de rexdwergen nog iets lang in type met name bij de castors en de dalmatiners zijn soms iets te grof. Het type mag niet geblokt zijn zoals bij de Polen en Kleurdwergen maar moet gedrongen zijn. De benen mogen iets korter en steviger. De kop is niet gelijk aan die van de Kleurdwerg en Pool, dus niet bolvormig en geen sterk gebogen neusbeen. De oren hoeven niet te sluiten. Bron de heer v. Lune, keurmeester)

3. Pels: structuur en conditie

De zeer fijne rechte dek- en grannenharen zijn sterk verkort en van een fijne structuur. Ze zijn elastisch en even lang als het onderhaar. Dit geeft een beeld alsof het dier geschoren is. Door de bijzondere dichtheid van het onderhaar slaan de dek- en grannenharen bij het terugstrijken niet direct in hun oorspronkelijke stand terug, maar blijven hierdoor vrijwel in verticale houding staan. De pels voelt fluweelachtig aan en is volkomen gelijkmatig. Enkele gegolfde of gekrulde haren in de nek en rond de geslachtsdelen zijn rasgebonden en niet te vermijden. De snorharen zij meestal gekruld. Echter hoe gladder de nekbeharing, des te beter de haarstructuur op de overige lichaamsdelen.
 

Pelsconditie: zie het algemene gedeelte.

4. Pels: dichtheid en lengte

De pelswaarde van de kortharige rassen wordt op gelijke wijze beoordeeld als die van de normaalhaarrassen, vanzelfsprekend met in achtneming van de bijzondere raseigenschappen. Het haar staat bijna loodrecht op de huid. De pels is mede dankzij het zeer rijke onderhaar zeer dicht en volkomen gelijkmatig en voelt hierdoor fluweelachtig aan. Niet echter de haarlengte maar de zeer dichte inplanting en het zeer rijke onderhaar geven de doorslag bij de waardebepaling. De pels heeft een lengte van ongeveer 16 mm.

 

5a. Dek en buikkleur

De Rexdwerg is erkend in castor (met konijngrijsfactor), zwart en blauw. Zie voor de beschrijving de Rex kleur en het algemene gedeelte. Tijdelijk erkens in de kleur wit rood oog en rus.

6. Tussen- en grondkleur

Zie de Rex kleur en het algemene gedeelte.

7. Lichaamsconditie en verzorging

Zie het algemene gedeelte.

Lichte fouten

Geringe afwijking in type. Geringe afwijking in bouw. Enkele boven het dek uitstekende grannenharen. Iets gegolfde pels. Iets krul in nek. Iets harde pels. Iets dun behaarde nek. Iets dun behaarde voetzolen. Iets kale tenen. Iets weinig snorharen. Iets weinig onderhaar.

Bij castor: Iets donkere dekkleur. Iets lichte nuancering op voorbenen. Iets afwijkende buikkleur. Iets lichte oogkleur. Iets lichte nagelkleur. Enkele witte snorharen, uitgezonderd de snorharen in de kaakrand. Iets smalle tussenkleur. Iets lichte grondkleur dek. Zwakke grondkleur buik.

Zie verder lichte fouten in het algemene gedeelte.

 

Zware fouten

Grote afwijking in type. Grote afwijking in bouw. Het sterk doorzet zijn van meer dan 1 mm boven het dek uitstekende grannenharen, waardoor de zachte en fluweelachtige pels niet tot uitdrukking komt. Te harde pels. Sterk gegolfde pels. Te veel krulvorming. Te ongelijke pels. Kale nek of kale plek op de voetzolen welke niet door het omliggende haar wordt bedekt. Kale tenen. Ontbreken van snorharen. Te weinig onderhaar

Bij castor: Geheel zwarte dekkleur. Witte strepen op de voorbenen. Te sterk afwijkende buikkleur. Te lichte oogkleur. Te lichte nagelkleur. Te veel witte snorharen, uitgezonderd de snorharen in de kaakrand. Te zwakke tussenkleur dek. Geheel ontbreken van blauwe grondkleur aan buik. Te zwakke grondkleur dek.

Zie verder zware fouten in het algemene gedeelte.
Positie 1, 2, 3, 4 en 7 zie Rexdwerg kleur.

5. Kleurpatroon/uitmonstering. Dek- en buikkleur.

Erkend in donker sepia marter en midden sepia marter. Zie verder het ras Marter.

6. Tussen- en grondkleur.

Zie het ras Marter.

Lichte fouten

Zie Rexdwerg kleur en het ras Marter.

Zware fouten

Zie Rexdwerg kleur en het ras Marter.