Rasstandaard Voskonijn
Rasstandaard Voskonijn
Voskonijn, kleur
Het land van oorsprong is Zwitserland.
Is in Nederland erkend in 1975
Voskonijn in Feh kleur.
Genetische formule voor feh:
abCdEl (Int.) ABcdgv (Duits)
abCdEl ABcdgv
Puntenschaal Groep 7. Bijzondere Haarstructuur
Voskonijn, kleur
|
Pos. |
Onderdeel |
Punten |
|
1 |
Gewicht |
10 |
|
2 |
Type, bouw en stelling |
20 |
|
3 |
Pels: structuur en conditie |
20 |
|
4 |
Pels: dichtheid en lengte |
15 |
|
5 |
Dek- en buikkleur |
15 |
|
6 |
Tussen- en grondkleur |
15 |
|
7 |
Lichaamsconditie en verzorging |
5 |
|
|
Totaal |
100 |
|
1. Gewicht
Het gewicht is 2,50 tot 3,50 kg.
Puntenschaal voor het gewicht:
|
Gew. (kg) |
2,50-2,60 |
2,70-2,90 |
3,00-3,40 |
3,50 |
|
Punten |
8 |
9 |
10 |
9 |
|
2. Type, bouw en stelling
Het type is gedrongen (typegroep C) met weinig hals. De bouw is breed in voor- en achterhand met fraaie afrondingen. De benen zijn stevig en kort. Het ras is middelhoog gesteld. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel. De kop is krachtig ontwikkeld met brede snuit, kaken en wangen. De oren zijn vlezig van structuur, relatief breed, met goed afgeronde oortoppen, zijn goed behaard en worden V-vormig gedragen. De lengte bedraagt 10 – 12 cm, ideaal is 11 cm. Het geheel in harmonie met het lichaam.
Een geringe wamaanzet of halskraagje is slechts toegestaan bij overjarige vrouwelijke dieren.
3. Pels: structuur en conditie
De dek- en grannenharen zijn aan de basis enigszins fijn, worden in het bovenste gedeelte aanmerkelijk dikker en eindigen in een fijne punt. Het onderhaar mag niet golvend zijn en geen wollig aanzien geven. De dek- en grannenharen van de pels moeten stevig zijn. De pels van het Voskonijn wordt volgens onderstaande standaardmethode beoordeeld:
Om de pelskwaliteit van het Voskonijn op de rug en flanken, goed te kunnen beoordelen dient het lichaam in verticale positie te worden gebracht met de kop naar beneden. De keurmeester dient hierbij te zitten en plaatst het dier dwars voor zich op de keurtafel. Vervolgens schuift hij één hand onder de buik tussen de achterbenen en omvat met deze hand de achterbenen stevig, waarbij hij twee of drie vingers tussen de achterbenen houdt. De andere hand wordt op kop en oren geplaatst om het dier te fixeren. Langzaam wordt de achterhand omhoog gebracht totdat er een hoek van ongeveer 70 graden wordt bereikt tussen buikbelijning en keurtafel. Bij dit omhoog brengen dient er op gelet te worden dat de rug niet hol wordt, maar in een strakke rechte lijn omhoog komt. Daarbij dienen de voorvoeten op de keurtafel te blijven rusten. Door vervolgens voorzichtig te schudden of te trillen, zal het dier de macht over zijn haren verliezen, waardoor de werkelijke pelskwaliteit is te beoordelen. Wanneer er weinig onderharen zijn en of de grannen- en dekbeharing slap is, vallen de haren horizontaal of zelfs lager dan horizontaal. Wanneer er wel voldoende onderhaar is, maar de toppen van de dek- en grannenharen zijn slap, dan vallen alleen de toppen van de dek- en grannenharen horizontaal of verder. Bij een blijvende schuine stand (waarbij de haartoppen omhoog dienen te wijzen) zijn de dek- en grannenharen stevig genoeg en worden voldoende ondersteund door de onderharen. Bij een stand van 30 graden van de dek- en grannenharen ten opzichte van de rugbelijning is het maximale bereikt. Nadat de pels is beoordeeld wordt het dier voorzichtig teruggebracht in zijn normale horizontale positie op de keurtafel.
Voor het beoordelen van de gelijkmatigheid van de lengte van de borstbeharing dient het dier met één hand stevig vast gepakt te worden bij de oren en het nekvel. Vervolgens dient het dier iets opgetild te worden met de kop omhoog, zodat de beharing aan borst en tussen de voorbenen beoordeeld kan worden.
Voor het waarnemen van de gelijkmatigheid van de lengte van de buikbeharing dient de keurmeester te gaan staan en dient het dier met één hand stevig vast gepakt te worden bij de oren en het nekvel. Gelijktijdig wordt met de andere hand de onderrug ondersteund Vervolgens dient het dier opgetild te worden met de kop omhoog, totdat de achtervoeten geen contact meer maken met de keurtafel en de buikbelijning zich in een verticale lijn bevindt. Men kan nu de egaliteit van de lengte van de buikbeharing beoordelen. Ongelijke pelslengte aan buik komt nogal eens voor bij dieren die niet doorgehaard zijn. Echter ook bij doorgehaarde dieren komt soms vlak achter de voorbenen een kortere beharing dan op de rest van de buik voor.
Pelsconditie: zie het algemene gedeelte.
4. Pels: dichtheid en lengte
De pels moet zeer rijk aan onderhaar zijn om de dek- en grannenharen te steunen, zodat deze niet plat op het lichaam komen te liggen. De pels heeft een lengte van 5 - 7 cm, en wordt bepaald door de lengte van de grannenharen. De beharing op kop, oren en benen is aanmerkelijk korter dan op het lichaam, echter iets langer dan bij een normaalhaarras. De beharing van de buik is regelmatig en is iets korter van lengte dan op het dek, echter wel duidelijk langer dan bij een normaalhaarras.
5. Dek- en buikkleur
Het ras is erkend in de kleuren: zwart, bruin en feh. Geel en beige zijn voorlopig erkend tot 1-3-2008. Voor de beschrijving van de kleuren zie het algemene gedeelte. Door de lengte van de pels zijn de kleuren minder intens dan bij een normaalhaarras.
6.Tussen- en grondkleur
Zie het algemene gedeelte.
7. Lichaamsconditie en verzorging
Zie het algemene gedeelte.
Lichte fouten
Geringe afwijking in type. Geringe afwijking in bouw. Iets weinig grannenharen. Iets slappe pels. Onderhaar iets minder strak. Iets klitvorming. Iets weinig onderhaar. Pels iets ongelijk van lengte.
Zie verder lichte fouten in het algemene gedeelte.
Zware fouten
Grote afwijking in type. Grote afwijking in bouw. Te slappe dek- en grannenbeharing. Te sterk gegolfd onderhaar, waardoor een te wolachtig karakter ontstaat. Te veel klitten. Het aanwezig zijn van oorpluimen. Te weinig onderhaar. Te lange pels. Te korte pels. Pels te ongelijk van lengte.
Zie verder zware fouten in het algemene gedeelte.
Voskonijn wit blauwoog

Genetische symbolen voor wit, blauwoog:
..C.vl (Int.) A...xv (Duits)
..C.vl A...xv
Puntenschaal Groep 7. Bijzondere Haarstructuur
Voskonijn, wit
|
Pos. |
Onderdeel |
Punten |
|
1 |
Gewicht |
10 |
|
2 |
Type, bouw en stelling |
20 |
|
3 |
Pels: structuur en conditie |
20 |
|
4 |
Pels: dichtheid en lengte |
15 |
|
5 |
Kop en oren |
15 |
|
6 |
Kleur |
15 |
|
7 |
Lichaamsconditie en verzorging |
5 |
|
|
Totaal |
100 |
|
Positie 1, 2, 3, 4 en 7 zie Voskonijn kleur. Kop en oren vallen echter niet onder positie 2 maar onder positie 5.
5. Kop en oren
De kop is krachtig ontwikkeld met brede snuit, kaken en wangen. De oren zijn vlezig van structuur, relatief breed, met goed afgeronde oortoppen, zijn goed behaard en worden V-vormig gedragen. De lengte bedraagt 10 – 12 cm, ideaal is 11 cm. Het geheel in harmonie met het lichaam.
6. Kleur
Erkend in wit roodoog en wit blauwoog. De kleur is helder wit over het gehele lichaam. De kleur van de ogen is rood bij roodoog en lichtblauw bij blauwoog. De nagels zijn kleurloos.
Lichte fouten
Iets gele tint. Iets gele aanslag.
Zie verder lichte fouten Voskonijn kleur.
Zware fouten
Sterk afwijkende kleur. Te veel gele aanslag.
Zie verder zware fouten Voskonijn kleur.
|